In juni 2026 werden we geconfronteerd met een nieuwe realiteit: twee hittegolven kort achter elkaar. Terwijl de ventilatoren overuren draaiden en de ijsjes werden uitgedeeld, bleef één cruciale factor vaak onbesproken. Hitte doet namelijk veel meer dan ons doen zweten. Het heeft een directe, ingrijpende impact op ons brein en onze mentale veerkracht.
Voor leidinggevenden en werkgevers ligt hier een blinde vlek én een enorme kans. Als we spreken over een inclusieve werkvloer, kijken we vaak naar ergonomische stoelen, communicatiestijlen of flexibele uren. Maar hoe zit het met de temperatuur? Thermisch comfort is geen luxekwestie; het is een fundamenteel onderdeel van een neuro-inclusieve werkomgeving.
Ons brein: Het meest hittegevoelige orgaan
“De hitte maakt ons meetbaar dommer, prikkelbaarder en agressiever,” stelt gedragspsycholoog Mathias Celis (UGent). Ons brein produceert zelf zo’n 20 procent van onze lichaamswarmte en is extreem gevoelig voor temperatuurschommelingen.
Wanneer de omgevingstemperatuur stijgt, moet het lichaam keihard werken om af te koelen. Onze zweetklieren draaien op volle toeren en ons hart slaat sneller. Volgens neuroloog Guy Nagels (UZ Brussel) werken we vanaf 20 graden Celsius al 2 tot 3 procent minder efficiënt bij elke graad die erbij komt.
De prefrontale cortex switcht naar een lager pitje
Rond de 26 graden Celsius keldert ons concentratievermogen. De energie die het brein normaal gebruikt om te functioneren, gaat nu naar overlevingsmechanismen (afkoeling). Vooral de prefrontale cortex—het deel van ons brein dat instaat voor logisch denken, beslissingen nemen, informatie verwerken en emotie-regulatie—lijdt hieronder. Het resultaat op de werkvloer?
- Meer fouten en tragere processen.
- Een korter lontje, snellere irritaties en minder verdraagzaamheid.
- Slechtere slaapkwaliteit door warme nachten, waardoor medewerkers al met een achterstand (gebrek aan energie) aan de werkdag beginnen.
Waarom hitte neurodivergente medewerkers extra hard raakt
Vanuit neuro-inclusief of neuro-affirmatief perspectief (zoals beschreven in het boek ‘Waarom normaal niet werkt’) weten we dat de fysieke werkomgeving onzichtbare drempels kan opwerpen. Neurodivergentie is een brede paraplu: het omvat het je brein, je mentale staat of je zenuwstelsel die informatie fundamenteel anders verwerken, filteren of reguleren dan de maatschappelijke sociale norm of verwachting. Denk aan ADHD, autisme, bipolariteit, HSP, hoogsensitiviteit, het syndroom van Tourette, complexe PTSS (trauma) en Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH).
Uit onderzoek van designbureau HOK blijkt dat temperatuur de meest hinderlijke sensorische factoren op de werkvloer is. Neurodivergente medewerkers verbruiken dagelijks al aanzienlijk meer energie om binnenkomende prikkels te filteren. Als daar een hittegolf bovenop komt, raakt hun energetische batterij exponentieel sneller leeg, met acute overprikkeling en cognitieve overload tot gevolg.
Daarnaast is er een medische component die vrijwel elke werkgever over het hoofd ziet: het effect van medicatie op de biologische thermostaat van je medewerker. Veel neurodivergent medewerkers nemen medicatie om beter te kunnen functioneren in een neurotypische of neuronormatieve omgeving. Deze medicijnen zijn voor hen geen ‘keuze’, maar een noodzaak binnen neuronormatieve omgevingen. Tegelijkertijd dragen zij hierdoor op warme dagen een onzichtbaar fysiologisch risico met zich mee. De medicijnen grijpen namelijk direct in op de neurotransmitters die ook onze lichaamstemperatuur, zweetproductie en dorstgevoel regelen.
De impact van veelvoorkomende medicatie bij hitte:
- Stimulerende middelen (o.a. bij ADHD en ADD): Amfetaminen verhogen de beschikbaarheid van dopamine en noradrenaline om de prefrontale cortex te ondersteunen. Het brein van iemand met ADHD heeft een tekort aan dopamine en noradrenaline in de prefrontale cortex, wat leidt tot chaos in de planning, concentratieproblemen en een constante stroom van ongefilterde prikkels. Stimulerende middelen (amfetaminen) vullen dit tekort aan. Ze geven het brein de nodige ‘brandstof’ om filters aan te zetten, waardoor er focus en innerlijke rust ontstaat. Deze middelen verhogen echter ook de basistemperatuur van het lichaam en versnellen de stofwisseling. Hierdoor lopen medewerkers tijdens hittegolven een direct verhoogd risico op oververhitting en uitdroging, zeker bij fysieke inspanning.
- Antidepressiva / SSRI’s en TCA’s (o.a. bij depressie, angst, autisme, burn-out en NAH): SSRI’s reguleren het serotonineniveau en worden breed ingezet—bij NAH bijvoorbeeld om de filterfunctie van het brein te ondersteunen. Chronische overprikkeling en het constante ‘maskeren’ (jezelf aanpassen aan een neurotypische wereld) of overdenken/tobben leiden bij neurodivergente personen vaker tot angst, melt- of shutdowns, depressie of burn-out. Bij Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH) worden SSRI’s specifiek voorgeschreven om de beschadigde filterfunctie van het brein kunstmatig te ondersteunen. Ze stabiliseren de stemming en dempen de harde binnenkomst van sensorische prikkels (zoals licht en geluid). Deze middelen kunnen de hypothalamus (de thermostaat van ons brein) verstoren. Tricyclische antidepressiva (TCA’s) blokkeren daarnaast acetylcholine, een stof die essentieel is om te kunnen zweten. Het resultaat? Het lichaam kan zijn warmte niet kwijt via zweet, wat leidt tot acute warmte-intolerantie.
- Antipsychotica / Stemmingsstabilisatoren (o.a. bij bipolariteit, autisme, ticstoornissen en schizofrenie): Bij een bipolaire stoornis voorkomen deze middelen dat het brein doorslaat in een gevaarlijke, slapeloze manische fase (waarin te veel dopamine wordt geproduceerd); het houdt de stemming stabiel. Bij autisme worden ze in lage doseringen gebruikt om extreme agitatie of emotionele ‘meltdowns’ of ‘shutdowns’ te voorkomen. Bij het syndroom van Tourette onderdrukken ze de overactieve signalen in de motorische centra, waardoor de frequentie van onvrijwillige tics (bewegingen of geluiden) drastisch afneemt.Of ze nu in lage dosering worden gebruikt om meltdowns of shutdowns bij autisme te voorkomen en tics bij Tourette te onderdrukken, of als structurele stemmingsstabilisator bij een bipolaire stoornis: antipsychotica blokkeren dopaminereceptoren. Dit verstoort het vermogen van het brein om temperatuurveranderingen waar te nemen. Medewerkers voelen simpelweg niet dat ze oververhit raken of dat ze moeten drinken, omdat het dorstsignaal volledig wordt onderdrukt.
- Bètablokkers (o.a. bij faalangst, paniekstoornissen en C-PTSS): Mensen met complex trauma (C-PTSS) of ernstige angststoornissen leven door een gevoeliger zenuwstelsel vaak in een chronische, fysieke ‘vecht- of vluchtstand’. Hun lichaam pompt non-stop adrenaline rond, wat zorgt voor een razend hart, trillen en hyperventilatie. Bètablokkers lossen het trauma niet op, maar blokkeren de fysieke effecten van adrenaline. Dit zorgt ervoor dat het lichaam kalm blijft, waardoor een medewerker niet in een vicieuze cirkel van paniek raakt en gewoon zijn of haar werk kan doen. Bètablokkers worden voorgeschreven om de fysieke effecten van adrenaline (zoals een bonkend hart of trillen) te remmen. Echter, door het verlagen van de hartslag en pompkracht wordt ook de bloedtoevoer naar de huid beperkt. Hierdoor kan het lichaam via de huid veel moeilijker warmte afgeven aan de omgeving.
Kortom, let op voor het dubbele empathieprobleem: Wat voor de ene medewerker aanvoelt als ’een warme, lome zomerdag’, kan voor een neurodivergente medewerker door sensorische gevoeligheid of medicijngebruik een acute fysiologische crisis betekenen. Een hitteprotocol is daarom geen luxe, maar een noodzakelijke vorm van medische en neuro-inclusieve veiligheid op de werkvloer.
Het dubbele-empathie-probleem gaat om een wederzijds gebrek aan begrip en empathie tussen individuen – in dit geval dus een neurodivergente en een neurotypische persoon. Dit komt doordat beiden op een significant verschillende manier denken, communiceren, de wereld ervaren en ermee interageren. Daardoor kunnen onderlinge miscommunicaties en spanningen ontstaan.
Actieplan: zo pak je dit aan in élke werkomgeving
Hoe ga je hier als moderne, neuro-inclusieve werkgever mee om? Het sleutelwoord is maatwerk en autonomie. Zorg dat medewerkers de regie over hun eigen comfort kunnen nemen.
1. In de kantooromgeving
- Creëer thermische zones: Richt het kantoor zo in dat er verschillende microklimaten zijn. Kamers met een lagere temperatuur voor wie snel oververhit raakt, en zones die iets warmer zijn.
- Bied flexibiliteit in werkplek en tijd: Sta medewerkers toe om te verhuizen naar de koelste plekken in het gebouw, of geef de vrijheid om tijdens hittegolven vroeger te starten (tropenrooster) of thuis te werken als daar airco is.
- Individuele hulpmiddelen: Faciliteer silent fans, koelmatjes of desktop-airco’s voor individuele bureaus.
2. In extreme werkomgevingen (Buiten, productie, koelcellen)
- Zeer warme productiesites: Zorg voor verplichte, frequentere koel-pauzes in speciaal ingerichte airconditioned ‘herstelruimtes’. Bied actieve koeling aan via koelvesten en zorg voor makkelijke toegang tot elektrolyten-dranken (niet alleen water) om de vochtbalans op peil te houden.
- Buitenwerkers: Pas de kledingvoorschriften aan (ademende, UV-beschermende kleding). Verschuif zware taken naar de vroege ochtend en train leidinggevenden op het herkennen van de eerste signalen van hitte-uitputting (verwardheid, prikkelbaarheid, stoppen met zweten).
- Koelcellen (Grote temperatuurcontrasten): De overgang van extreme hitte buiten naar een koelcel binnen is een enorme optater voor het autonome zenuwstelsel. Zorg voor goede overgangszones (sluizen) waar het lichaam kan acclimatiseren en investeer in hoogwaardige thermische kleding die zweet effectief afvoert, zodat medewerkers niet klam worden en daarna onderkoeld raken.
Hoe start je vandaag nog?
Een neuro-inclusieve werkomgeving bouw je niet vanachter je bureau; dat doe je samen.
- Vraag het simpelweg: Stuur een anonieme vragenlijst uit. Stel concrete vragen als: “Hoe goed ondersteunt de temperatuur op je huidige werkplek je om optimaal te presteren?” of “Welke barrières ervaar jij tijdens warme dagen?” Anonieme feedback haalt het taboe (en de angst om over medicatie of diagnoses te praten) weg.
- Betrek je medewerkers- of (neuro)diversiteiteitsnetwerkt of neurodivergente medewerkers: Heb je diversiteitsnetwerken of personen die openlijk zich identificeren als neurodivergent binnen het bedrijf? Betrek hen bij het opstellen van een hitteprotocol.
- Schakel teammanagers in: Geef managers het mandaat om flexibel om te gaan met targets en roosters tijdens hittegolven. Laat hen het gesprek openen: “Het is warm vandaag, hoe zit iedereen erbij qua energie?”
Hittegolven zijn geen incidenten meer, ze zijn een structureel onderdeel van onze zomers. Door nu te investeren in thermisch comfort en sensorische flexibiliteit, bescherm je niet alleen de productiviteit van je onderneming, maar toon je écht leiderschap: een werkomgeving waarin elk brein, onder elke temperatuur, optimaal kan blijven functioneren.
Bouwen aan een werkvloer waar iedereen floreert, ongeacht de temperatuur?
Bronnen
- Door deze vijf medicijnen kun je nog slechter tegen de hitte, EOS, July 2025
- Hitte maakt ons prikkelbaar en dommer, zegt gedragspsycholoog: Brein meest hittegevoelige orgaan, vrt nws, June 2026
- Waarom normaal niet werkt, Daphné De Troch en Dietrich Moerman, 2025, Owl Press.
Daphné leerde een veilige werkomgeving te creëren voor en leiding te geven aan een team van neurodivergente mensen, nadat ze de diagnose van ADHD en autisme had gekregen. Ze startte Bjièn samen met Dietrich om andere leiders en teams te helpen met het bewustworden van neurodiversiteit en hun werkplek neuroinclusief te maken. Meer over Daphné.
